De religie van de islam bestaat uit geloof (al iman) en praktijk (al din). De vijf zuilen van de islam is de verzamelterm die gebruikt wordt voor de vijf meest fundamentele religieuze verplichtingen van elke moslim onder de heilige wetten van de islam, de sjari'a (sharia). Elke vrome moslim onderhoudt voorzover mogelijk trouw deze verplichtingen, omdat ze essentieel worden geacht om Allah te behagen.
De vijf zuilen zijn de volgende:
De geloofsbelijdenis (Shahadah) De rituele gebeden (Salat of Salah) Het geven van aalmoezen (Zakat of Zakah) Het vasten tijdens Ramadan (Saum of Siyam) De pelgrimstocht naar Mekka (Hadj, Hajj of Haj)
Dit is een kort credo waarin het bestaan van de enige God (Allah) wordt erkend en Mohammed wordt erkend als zijn profeet:
Er is geen god dan God en Mohammed is de boodschapper van God
Deze geloofsbelijdenis wordt de shahadah genoemd en wordt dagelijks door elke vrome moslim meermalen opgezegd. Er wordt zoveel waarde aan het uitspreken ervan gehecht, dat een 'ongelovige' die het credo uitspreekt in het bijzijn van twee getuigen wordt geacht moslim te zijn geworden. Veel baby's in een moslimgezin krijgen het direct na hun geboorte in het oor gefluisterd.
Belangrijk wordt ook het uitspreken van een geloofsbelijdenis over Mohammed gevonden:
Mohammed is niet de vader van een van jullie, maar hij is de boodschapper van God en het zegel van de profeten. En God is in alle dingen alwetend. (Koran: Soera al-Ahzab 33:40)
Hoewel er in de koran maar drie vaste gebedstijden worden genoemd (Soera 17:78,79), worden moslims geacht ten minste vijf maal per dag de rituele gebeden (Salah) uit te voeren:
's Ochtends vroeg, aan het begin van de zonsopgang (al fajr) Tussen de middag (net na twaalf uur) (ad dh hur) Midden tussen het tweede gebed en zonsondergang in, wat neerkomt op ergens tussen drie uur en vijf uur 's middags (al'aser) In de vroege avond, tussen schemer en donker in (al maghreb) Een uur na de volledige zonsondergang (al 'asha)
Hoewel het bidden in de moskee voor mannen de voorkeur heeft is daar geen strikt voorschrift voor; een moslim kan dit ritueel overal uitvoeren, hetzij op straat, thuis, of op het werk. Alleen op vrijdag (voor moslims de heilige dag van de week) worden de mannen geacht in de moskee te verschijnen voor het middaggebed. Ook vrouwen mogen daar bidden, maar alleen in een aparte, van de mannen afgescheiden ruimte.
Gewoonlijk wordt er met het gezicht in de richting van Mekka gebeden, voor moslims de heiligste plaats op aarde (sommige groepen zien dat niet als een absolute verplichting). Wel moeten de gebeden in het Arabisch worden uitgesproken, zelfs al spreekt de persoon in kwestie de taal niet, maar de persoon in kwestie moet wel als hij de gebeden uit zijn hoofd leert ook de betekenis van de gebeden begrijpen; de gebeden worden uit het hoofd opgezegd.
Voorafgaand aan elke gebedssessie is een rituele reiniging met water vereist. Waar geen water voorhanden is mag men eventueel zand gebruiken (woestijnnomaden!).
De gebeden bestaan uit lofprijzingen op Allah, de geloofsbelijdenis (zie boven), smeekbeden om vergeving en diverse zegeningen, recitatie van het eerste hoofdstuk (al Fatihah) van de Koran en een of meer andere passages, en eventueel een persoonlijk gebed.
Tijdens de hele sessie moet men afwisselend staan, buigen, knielen en zich geknield voorover op de grond buigen. Aan het eind van de sessie kijkt men naar rechts en naar links om de engelen te groeten, waarvan moslims geloven dat die op beide schouders zitten om ieders goede en slechte daden te noteren. Ten slotte zegt men: "Vrede over u, over u zij vrede'.
Belangrijk binnen de islam is het geloof dat alle dingen aan God toebehoren en dat rijkdom de mens alleen in bruikleen gegeven wordt. Het woord zakah betekent zowel loutering (of zuivering) als groei. Elke moslim berekent zijn of haar zakah of zakat persoonlijk. In de meeste gevallen betekent dit een jaarlijkse donatie van twee en een half procent van het gespaarde privé-kapitaal. Eventueel kan daar bovenop nog een bedrag worden weggeschonken voor islamitische liefdadigheidsdoeleinden (sadaqah), om daarmee een grotere hemelse beloning te verkrijgen.
Het verplichte jaarlijkse vasten (Siyam) houdt in dat men tijdens de hele maand Ramadan een groot deel van het etmaal niet eet, drinkt of rookt en zich onthoudt van seksuele gemeenschap. Dit vasten is voorgeschreven in de Koran en geldt voor alle uren van de dag dat men 'een zwarte van een witte draad kan onderscheiden', met andere woorden: van zonsopgang tot zonsondergang. Tijdens de nacht zijn deze beperkingen opgeheven. Mensen blijven in de praktijk dus laat op om te eten en staan vroeg op voor een uitgebreid ontbijt. Wanneer vasten te bezwaarlijk zou zijn, bijvoorbeeld voor zwangere vrouwen, zieken, jonge kinderen en soldaten in oorlogstijd, mag het worden overgeslagen. Wel wordt later inhalen van het vasten aangemoedigd.
Tijdens deze vastenperiode bidden veel moslims meer dan gewoonlijk. Siyam is bedoeld om moslims geduld en zelfdiscipline te leren; ook wordt het gezien als een schuldderving van de gelovige ten opzichte van Allah.
De pelgrimstocht naar de voor moslims heiligste stad Mekka in Saoedi-Arabië wordt uitgevoerd tijdens de maand Dhul Hijja (de hajj-maand, de twaalfde maand van de islamitische kalender). Iedere moslim (zowel mannen als vrouwen) die het zich financieel en qua gezondheid kan permitteren is verplicht dit ten minste eenmaal in het leven te ondernemen (Soera 3:97).
De pelgrims dragen speciale, eenvoudige kleding, zodat ieder onderscheid in rangen en standen wegvalt.
De eigenlijke pelgrimage of hadj (ook als hajj', 'haddj' of 'haj' geschreven) in en om Mekka bestaat uit een hele serie rituelen. Men moet bijvoorbeeld meermalen om het heilige huis van de islam, de Ka'aba heenlopen, een rechthoekig stenen gebouw van ca. 10x11x12 meter (ka'aba = kubus) in het centrum van Mekka, bedekt met een zwart kleed, waaromheen later de heilige moskee is gebouwd. Een ander ritueel is het gooien van stenen naar pilaren die de duivel symboliseren, dat herinnert aan de verzoeking van Abraham door de duivel toen die zijn oudste zoon moest offeren. Hoogtepunt van de hadj is het verblijf op de vlakte van Arafat ongeveer veertig kilometer buiten Mekka, waar de pelgrims Allah lofprijzen en vergeving voor hun zonden vragen.
In vroegere tijden was de hadj een gevaarlijke en riskante onderneming, maar tegenwoordig geniet ook de 'hadji' (pelgrim) de zegeningen van hedendaagse transportmiddelen als vliegtuig en toerbus. Gastheer Saoedi-Arabië stelt ieder jaar weer alles in het werk om de miljoenen pelgrims te herbergen en te vervoeren.
Een kortere, eenvoudiger pelgrimage (oemrah) kan ook worden gemaakt, maar die geldt niet als een van de vijf zuilen.
Sommige moslims, met name zij die horen bij de sekte van de Khawarij, stellen dat de zesde zuil van de islam de heilige oorlog is. Hiervoor wordt verwezen naar het begrip jihad dat 'strijd' betekent. Het betreft zowel de innerlijke strijd om goed te doen (de 'grote jihad') als het militair op te nemen tegen hen die de islam bedreigen (de 'kleine jihad').
De interpretatie Heilige Oorlog van het begrip Jihad geldt voor voornamelijk leden van de sekte van de Khawarij als zesde zuil van de islam, maar dat standpunt wordt door veel moslims betwist. Ook andere sub-stromingen binnen met name het salafisme en het wahhabisme steunen een gewelddadige verdediging van de islam.
Het feit dat de vijf zuilen volgens de leer van de islam verplicht zijn voor elke moslim en absoluut noodzakelijk om te onderhouden, betekent - net als bij christenen - niet dat alle moslims dat ook doen, of in staat zijn te doen. Hier zijn verschillende redenen voor. Voor moslims in westerse landen is het niet altijd mogelijk om vijf keer per dag te bidden of een maand lang te vasten. Veel geseculariseerde moslims zijn gestopt met hun religieuze verplichtingen, of houden er nog maar één of enkele bij, zoals vasten tijdens Ramadan, hoewel ze zich wel als moslim blijven identificeren. Dergelijke individuele keuzes worden binnen de Arabische groepscultuur overigens niet altijd geaccepteerd. Soms leidt groepsdruk tot deelname aan religieuze rituelen zonder dat daar een innerlijke geloofsovertuiging aan ten grondslag ligt.