In de Bijbel is op verschillende plaatsen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, sprake van een eindtijd, waarin levenden en doden geoordeeld zullen worden. In de christelijke eschatologie neemt de dag des oordeels een belangrijke plaats in, getuige het aantal vermeldingen in de Bijbel, zoals hieronder genoemd. De dag des oordeels vindt volgens openbaring plaats na het duizendjarige rijk. Dan zullen alle doden van de mensheid herrijzen en samen met de dan levenden het loon voor hun levenswandel ontvangen. De zondaars zullen verwijderd worden uit Gods aangezicht en verbannen worden naar de 'buitenste duisternis' waar het 'geween en knarsen der tanden' is. De gelovigen en gerechtvaardigden zullen voor eeuwig in Gods aangezicht mogen wandelen op een hernieuwde hemel en aarde.
Ook in de Koran is sprake van een eindtijd.
Mattheüs 10 [1 v.] Voorwaar zeg Ik u: Het zal den lande van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad. Mattheüs 11 [2 v.] Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden. Mattheüs 12 [1 v.] Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels. Marcus 6 [1 v.] En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad. 2 Petrus 2 [1 v.] Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des oordeels, om gestraft te worden; 2 Petrus 3 [1 v.] Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving der goddeloze mensen. 1 Johannes 4 [1 v.] Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in den dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld. 4 Ezra 7 [1 v.] Maar de dag des oordeels zal het einde zijn van deze tijd en het begin van de tijd der toekomende onsterfelijkheid, waarin de verdorvenheid voorbijgegaan zal zijn. 4 Ezra 12 [1 v.] Want hij zal mijn overgebleven volk verlossen van de ellende, namelijk die op mijn palen zullen ontkomen zijn, en hij zal hen vrolijk maken totdat het einde en de dag des oordeels komen zal, waarvan ik u in het begin gesproken heb. (Apocriefe) Boek der Wijsheid 3 [1 v.] Indien zij haast komen te sterven, zo zullen zij geen hoop hebben, noch troost in de dag des oordeels.
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. 1. Wanneer de hemel wordt gespleten, 2. En wanneer de sterren verstrooid worden, 3. En wanneer de zeeën worden geledigd, 4. En wanneer de graven worden geopend, 5. Zal iedere ziel weten wat zij heeft vooruitgezonden en wat zij achterwege heeft gelaten. 6. O mens, wat heeft u bedrogen omtrent uw Heer, de Genadige, 7. Die u schiep, daarna voltooide en u de juiste verhoudingen gaf? 8. Hij heeft u gevormd in een vorm, die Hem behaagde. 9. Neen, gij loochent het Oordeel. 10. Maar voorzeker er zijn bewakers over u. 11. Eerwaarde schrijvers, 12. Die weten wat gij doet. 13. Voorwaar, de deugdzamen zijn omringd door zegeningen 14. En de slechten zijn omringd door de hel, 15. Daarin zullen zij verbranden op de Dag des Oordeels; 16. En zij zullen er niet aan kunnen ontsnappen. 17. En wat weet gij er van wat de Dag des Oordeels is? 18. Nogmaals, wat weet gij er van wat de Dag des Oordeels is? 19. De Dag waarop een ziel iets vermag voor een andere ziel! Op die Dag berust het gebod alleen bij Allah.
Dit is slechts één kleine soerra waar de 'Dag des Oordeels' in voortkomt. De Hadith sahieh van Al-Boechari vermeldt wat er in grote lijnen op de Dag des Oordeels gebeurt. Na de dood leven de zielen verder in een tussenstadium, de Barzakh. Enkel wanneer alle mensen, jinns en engelen gestorven zijn zal de 'Dag des Oordeels' plaatsvinden. Dan wordt bepaald waar iedereen zijn plaats toegewezen krijgt. Ofwel in het paradijs, 'djannah' ofwel in de hel, 'djahannam'.